Home Tips
AEG.gif

ATAG.gif

Bauknecht.gif

Bosch.gif

Braun.gif

Canaldigitaal.gif

ETNA.gif

Hirschmann.gif

HK.gif

Inventum.gif

JVC.gif

Krups.gif

LG.gif

Liebherr.gif

Marmitek.gif

Miele.gif

Newstar.gif

Numatic.gif

Panasonic.gif

Pelgrim.gif

Philips1.gif

Pioneer.gif

Princess.gif

Samsung.gif

Sennheiser.gif

Sharp.gif

Siemens.gif

Sony.gif

Tefal.gif

Vogels.gif

Whirlpool.gif

Zanussi.gif

Zibro.gif

Koelkast bewaar tips

Hoe lang bewaren?

Hoe verser u groenten en fruit gebruikt, hoe beter. Met verloop van tijd gaan de vitaminen en smaak verloren. Gesneden groenten als boerenkool gebruikt u het best nog dezelfde dag of vries het direct in. Bij voorverpakte verse groenten is de bewaartijd in de koelkast vier dagen of geldt de datum op de verpakking.

Waar bewaar ik het?

U zult de enige niet zijn het prima vindt als de groenten in de groentela terechtkomen en het pak melk in de deur. Maar door er iets meer over na te denken, kunt u voorkomen dat voedsel te warm wordt bewaard en sneller bederft.
De temperatuur is namelijk niet hetzelfde door de hele koelkast heen. Welk gedeelte het koudst is, hangt af van de soort koelkast die u heeft, en waar het vriesgedeelte zich bevindt. Voor een koelvriescombinatie met het vriesgedeelte onderin ziet de optimale inrichting er zo uit.
In zone 1 (het midden- en bovenste gedeelte van de koelruimte) is het ’t minst koud; gemiddeld zo’n 4 tot 7 °C. Dat is de juiste plaats voor producten in pot, dranken, kliekjes zonder vlees of vis, gebak, zuivel en kaas.
Zone 2 is het koudste gedeelte van de koelkast, en daarmee de plek waar u zeer bederfelijke producten bewaart, zoals vers vlees en verse vis, kliekjes met vlees of vis en gesneden verse groente.
Zone 3 is de groentelade, waar u verse groente en vruchten het best kunt bewaren.
In de deur kunt u eieren, boter, melk, geopende flessen (fris)drank, potjes, tubes en kleine flesjes bewaren.

Groente optimaal bewaren

aardappelen: liefst donker in koele berging (*1). Niet in de koelkast.
andijvie, sla, paksoi en andere bladgewassen: max. 2 dagen in een vochtige doek in de koelkast(*2)
aubergines, courgettes, paprika en komkommer: max. 5 dagen op kamertemperatuur(*3), niet met tomaten
asperges: max. 4 dagen in de koelkast, bij voorkeur gewikkeld in een vochtige doek
bietjes, rode: max. 7 dagen in de koelkast
bloemkool en romanesco: max. 5 dagen in de koelkast
bonen (alle soorten) en doperwten: max. 3 dagen in de koelkast of koele berging
broccoli: max. 4 dagen in de koelkast
champignons en oesterzwammen: max. 4 dagen in de koelkast
Chinese kool en spitskool: max. 4 dagen in de koelkast
groenselderij: max. 3 dagen in de koelkast
groene kool: max. 3 dagen in de koelkast
knolselderij, schorseneren, koolraap, pastinaak en wortelpeterselie: max. 7 tot 10 dagen koelkast of koele berging
venkel: max. 5 dagen in de koelkast
kool (rode en witte): max. 7 tot 10 dagen in de koelkast (bij voorkeur) of koele berging
koolrabi: max. 5 dagen in de koelkast
patisson: max. 2 weken in koele berging of kamertemperatuur
pompoen: max. enkele weken in droge koele berging (vanaf januari niet te lang)
prei: max. 5 dagen in de koelkast
spruiten: max. 3 dagen in de koelkast
spinazie: max. 2 dagen in de koelkast
tomaten: max. 4 dagen in koele berging of kamertemperatuur, niet samen met aubergines, courgettes en komkommers
uien: min. 14 dagen in koele berging (liefst donker)
witlof: max. 5 dagen in de koelkast
wortelen: max. 7 dagen in de koelkast of in koele berging

 

Fruit optimaal bewaren

appelen: max. 7 dagen in de koelkast, niet samen met andere groenten en fruit
bananen: afhankelijk van rijpheid. Bewaren op kamertemperatuur, niet samen met andere groenten en fruit
bessen, pruimen en ander klein fruit: max. 5 dagen in de koelkast
citrusvruchten, zoals sinaasappelen: koele berging of kamertemperatuur. Schil is kwetsbaar, dus regelmatig controleren.
kiwi's: koele berging of kamertemperatuur, niet samen met andere groenten en fruit
peren: in de koelkast, niet samen met groenten, appelen en klein fruit
tropische vruchten: mango of avocado: kamertemperatuur

 

*1 Koelkast: tussen 3 en 7°C; bij voorkeur in de groentelade.

*2 Koele berging: tussen 8 en 15°C, bijvoorbeeld een verluchte kleine kelder of een verluchte donkere koele ruimte met constante temperatuur.

*3 Kamertemperatuur: vanaf 12°C, bijvoorbeeld de keuken; plaats geen producten vlak naast een warmtebron.

Onderhoud wasautomaat

Een wasautomaat moet goed worden onderhouden. Zelfs de beste wasautomaten gaan op een gegeven moment minder presteren. Het onderhoud begint al zodra u de wasautomaat voor de eerste keer gaat installeren…

Het instructieboekje
Lees het instructieboekje goed door! Zelfs de eenvoudigste wasautomaten kunnen vaak meer dan alleen ‘gewone’ wasjes. Daarnaast staan in het instructieboekje vele installatie-instructies, onderhoudstips en veel voorkomende problemen en oplossingen.

Installeren

  • In een vochtige, warme omgeving is de kans op roest en elektronische storingen erg groot. Plaats de wasautomaat daarom liever niet in de badkamer.
  • Zet de wasautomaat op een solide ondergrond. Een balkenvloer met vloerplanken is te instabiel, waardoor de wasautomaat kan gaan ‘dansen’ bij het centrifugeren.
  • Zet de wasautomaat altijd waterpas. Gebruik eventueel de pootjes aan de onderkant.
  • Een droger bovenop zorgt voor zware belasting. Is er geen andere mogelijkheid? Gebruik dan een door de fabrikant aanbevolen tussenstuk.
  • Sluit de wasautomaat altijd aan in een geaard stopcontact. Meerdere apparaten met een hoog vermogen in dezelfde groep? Gebruik dan niet meerdere apparaten tegelijkertijd.
  • Breng een ‘aquastop’ aan tussen de kraan en de vulslang. Dit kan ellende voorkomen als er iets misgaat met de watertoevoer en bij lekkage.
  • Tip: bewaar de transportsteunen van de wasautomaat. Handig als u de wasautomaat van plek gaat veranderen/verhuizen. 

  • Tijdens wassen
  • Gebruik niet teveel wasmiddel. Met teveel wasmiddel wordt uw was niet schoner. Het is zelfs slecht voor de wasautomaat en het milieu. Lees de gebruiksaanwijzing goed.
  • Bij het wassen van 30°C lossen wasmiddel en vetten slechter op. Dit is voor zowel het wasgoed als de wasautomaat niet goed. Was niet kouder dan 30°C.
  • Gebruik lingeriezakjes en controleer of er niets meer in de zakken van kleding zit. Kleine voorwerpen kunnen door de vele gaatjes heen gaan, waardoor het binnenwerk van de wasautomaat wordt ontregeld.
  • Centrifugeer niet altijd op de hoogste snelheid. Hoe hoger de snelheid, hoe harder het wasgoed in de gaatjes gaat, hoe sneller het wasgoed slijt. Stel bij teer wasgoed een lager toerental in voor de centrifuge.
  • Wasverzachter is slecht voor de droger! Als u het gewassen wasgoed wilt drogen in de wasdroger, dan is het af te raden om te wassen met wasverzachter. Door de wasverzachter ontstaat er een vetlaagje op de sensor die meet hoe vochtig het wasgoed is, waardoor de droger niet goed kan meten of de was droog is. Gevolg is dat de wasdroger onnodig lang blijft drogen, met mogelijk tot oververhitting tot gevolg.

    Na het wassen
  • Laat na het wassen het deurtje op een kier open staan. Op deze manier kan het vocht weg, zodat het niet gaat schimmelen en stinken.
  • Ruikt uw wasgoed niet lekker fris meer en was u nooit warmer dan 40°C? Een oorzaak kan vetluis zijn, ook wel zeepluis. (Heeft overigens niets te maken met luis.) Bij lage temperaturen worden zeepresten en bacteriën niet goed verwijderd, wat op uw was kan overslaan. Was daarom af en toe een 90°C was (zonder was) met een schepje soda erbij. Hierdoor worden zeepresten verwijderd en bacteriën gedood
 
 
Banner